Architektur Ausstellungen Deutschland

Het Nieuwe Instituut Rotterdam

Bruikleen Design Museum
Modern Nederland 1963-1989

23.3.–18.8.2019
© Het Nieuwe Instituut

Werk van onder andere Joost Baljeu, Kho Liang Ie, Carel Weeber en Jaap Bakema uit de collectie van Het Nieuwe Instituut is vanaf 23 maart te zien in het Design Museum in Den Bosch, als onderdeel van de tentoonstelling 'Modern Nederland 1963-1989'. Daarin wordt met name de rol van de overheid belicht als opdrachtgever van modern design.

Werk van onder andere Joost Baljeu, Kho Liang Ie, Carel Weeber en Jaap Bakema uit de collectie van Het Nieuwe Instituut is vanaf 23 maart te zien in het Design Museum in Den Bosch, als onderdeel van de tentoonstelling 'Modern Nederland 1963-1989'. Daarin wordt met name de rol van de overheid belicht als opdrachtgever van modern design.

"Het Nederlandse modernisme uit de periode 1963-1989 had een typerende vormgeving van monochromie, abstractie en geometrie. Het was onderdeel van een internationale modernistische beweging maar het was ook typisch Nederlands, zowel in de beeldtaal als in de maatschappelijke ambities. Overheidsbedrijven als de PTT, de spoorwegen en de belastingdienst waren een belangrijke opdrachtgever voor ontwerpers, en droegen daarmee eensgezind de naoorlogse Hollandse waarden van anti-traditie, openheid, tolerantie en democratie uit. Van postzegels tot Deltawerken, overal drukte de overheid haar stempel op openbaar design." 

De wereldtentoonstelling in Osaka (1970) had als motto: “Vooruitgang en harmonie voor de mensheid”. Het masterplan van de tentoonstelling werd ontwikkeld door de Japanse architect Kenzo Tange. Carel Weeber en Jaap Bakema ontwierpen het Nederlandse paviljoen. 'Expo 70’ was geprogrammeerd voor een generatie wereldburgers die niet met boeken maar met televisie was opgegroeid. Het multimediale spektakel van Osaka stond volledig in het teken van de humanisering van de nieuwe informatie - en communicatietechnologie, in het bijzonder van computers en audiovisuele media.

In Osaka presenteerde de Nederlandse overheid zich met een als ‘bezichtigingsmachine’ ontworpen paviljoen. Een multimediale omgeving waarin de bezoeker werd ondergedompeld in ruimtelijke collages van impressionistische beelden en klanken van cineast Jan Vrijman en componist Louis Andriessen. Het ontwerp van Weeber en Bakema is geheel toegespitst op deze toepassing. Het paviljoen bestaat uit drie boven elkaar geplaatste, gesloten containers, die een optimale ruimte vormen voor het projecteren van films. De containers zijn ten opzichte van elkaar verschoven en gedraaid en worden gekoppeld aan torens. 3000 bezoekers per uur werden vanuit de centrale hal met roltrappen naar en door de tentoonstellingszalen vervoerd. De hal bevindt zich in een basement dat bijna 2,5 meter boven de grond hangt en via een brug over het water rond het gebouw is te bereiken. Het exterieur van het paviljoen is opgetrokken uit dertig millimeter dikke, met aluminium bespoten betonplaten. In de tentoonstelling zijn behalve de presentatiemaquette van het definitief ontwerp een maquettefoto te zien en een tekening van het voorlopig ontwerp.

Beeldend kunstenaar Joost Baljeu liet zich inspireren door de avant-gardestromingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Samen met architect Dick van Woerkom maakte hij een serie maquettes, waarin ze in navolging van De Stijl naar mogelijkheden zochten om architectuur en beeldende kunst te integreren. Met name samenwerkingsprojecten van Theo Van Doesburg met Cornelis van Eesteren uit 1923 vormden voor hem een inspiratiebron. Schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samen met architectuur een onlosmakelijk geheel moeten vormen. Uit dit gezamenlijke streven ontstonden diverse maquettes voor woonhuizen en atelierwoningen. In de praktijk stuitte het streven naar synthese op praktische bezwaren van bijvoorbeeld opdrachtgevers, waardoor veel projecten niet zijn gerealiseerd. Het onuitgevoerde ontwerp voor een eengezinswoning uit 1961 bijvoorbeeld is opgebouwd uit vloeren, daken, wanden en gevels die langs en over elkaar heen schuiven. De maquettes van beschilderd hout zijn meer een visualisering van een ruimte-constructie of een ruimtelijk schilderij dan modellen van uitvoerbare architectuur. In de tentoonstelling zijn acht maquettes van Joost Baljeu opgenomen, waarvan een aantal in samenwerking met Dick van Woerkom.